Het zijn de legoblokjes waar Taijiquan zich mee opbouwt. Als je twee legoblokjes op elkaar zet krijg je een mix van deze vaardigheden. Zie ze niet als afzonderlijk maar als een samenspel van verschillende energetische ladingen in je beweging. Een Taijiquan beweging is een mengsel van deze interne krachten. 

 

péng -

Dit is een uitdijende kracht wat volume geeft aan je beweging. Zoals een ballon die uitzet als deze opgeblazen wordt of een spons die zich uitzet als deze zich volstroomt met water. Alle andere bewegingen dragen altijd iets van péng in zich want anders ben je zo slap als een plant die te weinig water heeft gekregen. Uitdijen ontstaat door zinken. Het heeft iets traags in zich van langzaam vol lopen.

lǚ -

Dit is de mee rollende beweging die de kracht die naar je toe komt afbuigt en neutraliseert. Lǚ hoort dus vooral bij het verdedigen (defensieve Qi). De beweging leiden naar de leegte. Je lengte as is als het midden van een wiel en de plek waar de tegenstander je lichaam aanraakt is als de buitenkant van het wiel. Als het lichaam/wiel draait wordt dat wat er aan vast zit meegenomen.

jǐ -

Jǐ is meer een soort van drukken waarbij de druk naar binnen gaat. Het is alsof de druk door de gat van een ring gaat en zich in het midden concentreert. Daarom heeft het ook iets van persen in zich. Zoals een vergrootglas licht verzamelt en tot 1 punt concentreert.

àn -

Dit is ook drukken maar meer iets van je af duwen. Jij bent de schakel tussen de grond en de tegenstander. Daarom wordt er wel gezegd dat de kracht uit de grond komt. De opdruk die vanuit de grond via je voeten omhoog stroomt verplaatst zich door de structuur van je lichaam naar je handen en zo naar je tegenstander.

liè -

Dit gebeurt als je iets uit elkaar haalt, splijten, splitsen. Eigenlijk het omgekeerde van jǐ waarbij de energie zich juist in het centrum concentreert. Splitsen gebeurt wanneer je de armen van de tegenstander uit elkaar haalt. Je komt de term ook bij de klemmen tegen wanneer je een gewricht (twee botdelen) iets verder uit elkaar trekt dan de tegenstander prettig vindt.

cǎi -

Als je iets vast pakt en er aan trekt (vaak met een kort snel rukje) of als een pluk beweging dan heeft dit cǎi. De beweging is vaak het gevolg van een lǚ (eerst mee rollen en dan er een ruk aan geven). Iemand die een subtiele energetische vorm van cǎi beheerst geeft de tegenstander ineens het gevoel dat deze in een gat valt. Soms wordt een haak techniek ook als een cǎi gezien. Je ontwortelt iemand alsof je met een hendel als hefboom een zware rots optilt.

zhǒu  -

Zhǒu betekent elleboog. Je elleboog is een krachtig wapen waarmee je kunt stoten, drukken en afweren. In de vorm zijn deze bewegingen vaak verborgen. Dit betekent dat je ze niet uitvoert maar wel weet dat je ze kunt doen.

Kào -

Dit wordt vaak vertaald als drukken met je schouder. Maar je zou veel eerder woorden als botsen, leunen, weg stuiteren kunnen gebruiken. Als een trampoline die na het indrukken iets weg veert. Je kunt Kào ook zien als iemand opvangen die tegen je aan botst.

Back to top