De betekenis van Grijp de vogel bij de staart

Lǎn Qùe Wěi

 

Een van de belangrijkste bewegingen in Taijiquan is “pak de staart van de vogel”.
Eigenlijk is het een serie van bewegingen die bestaan uit


Peng

Ji

An

Grijp de Vogel bij de staart is een beweging die je vrij vroeg zult leren in vele vormen, b.v. de 24 vorm, 40 vorm, de 42 vorm of Yang lange vorm (108).

Peng, Lu, Ji, An zijn de eerste vier van de 8 kernkwaliteiten die je door Taiji oefeningen ontwikkelt. “Grijp de vogel bij de staart” wordt ook wel “Grijp de mus bij de staart” genoemd.  Qùe betekent mus of kleine vogel dus dat klopt wel.

De Chinese naam is voor “grijp de vogel bij de staart” is Lǎn Qùe Wěi
( of vereenvoudigd ).

  • Lǎn (of vereenvoudigd ) betekent grijpen. Het bestaat eigenlijk uit twee karakters: één voor "hand" en één voor "zorgvuldig onderzoeken"
  • Qùe is een mus. Het bestaat ook uit twee karakters: "klein" en "vogel"
  • Wěi betekent staart. Het karakter kan worden onderverdeeld in "lichaam" en "haar"

Een vertaling van Lan Que Wei () zou "Grijp de vogel bij de staart" kunnen zijn. Maar je zou ook kunnen zeggen: "Onderzoek zorgvuldig het lichaamshaar van kleine vogels".

Het onderzoeken van een haar van een veer van een klein vogeltje. Wat zou daar mee bedoeld worden? We besteden in Taijiquan aandacht aan de kleinste details. Elke keer als je een beweging herhaald stop je als een soort mantra die je blijft herhalen de herinnering ervan in je systeem. Denk maar aan een wit vel waar je met een potlood een cirkel op tekent. Elke keer als je opnieuw over de potloodcirkel gaat wordt het lijntje dikker. Zo programmeer je het lichaamsbewustzijn en het spiergeheugen. Bovendien helpt het je om niet af te dwalen maar bij de les te blijven en kun je met een helder bewustzijn, totale aanwezigheid Taijiquan uitvoeren en beleven.


 

De kraanvogel

Een verhaaltje over een arme boer die een gewonde kraanvogel redt en daardoor goedheid ontvangt. Helaas door de boer zijn nieuwsgierigheid duurt dit geluk niet lang.

Het was winter. De velden waren bedekt met sneeuw, en de kronkelende rivier was zo dik bevroren dat je erop kon lopen. Een arme boer keerde terug naar huis langs de oever van de rivier toen hij een geluid uit een bevroren struikgewas hoorde komen. Hij begreep meteen dat het een gewonde vogel was, en zijn eerste gedachte was dat het een gemakkelijke vangst zou zijn om mee naar huis te nemen en er eten van te maken. Toen hij de takjes en kreupelhout van elkaar scheidde vond hij de vogel zo mooi dat hij het niet kon opbrengen om het dier te doden. Het was een kraanvogel die doorboord was door een pijl. door een pijl. De boer trok de pijl uit de kraanvogel en wreef wat helende kruidenzalf in de wond. De kraanvogel spreidde vervolgens zijn vleugels uit en steeg op om weg te vliegen.

De boer keerde terug naar zijn huis en at een halve kom rijst. Hij ging naar bed zodra het donker was als er toch niets anders meer te doen was. In de vroege uurtjes van de ochtend hoorde hij een tik geluid op zijn deur. Eerst dacht hij dat het de wind was, en toen vroeg hij zich af of het een geest was. Eindelijk besefte hij dat hij niet zou slapen totdat hij had geopend en gezien had wie of wat het tikgeluid veroorzaakte. Hij tilde de klink op in de verwachting een afschuwelijke verschijning in het maanlicht te zien. Hij was voorbereid op een spook uit de geestenwereld. Met zijn hand hield de boer een groot mes vast om eventueel een dief mee te lijf te gaan. Waar de boer niet op had gerekend was dat er een klein mooi meisje met haar vonkelende ogen hem aankeek. Het verraste hem vooral dat iemand zo mooi kon zijn en voor zijn deur stond.

De boer liet het meisje binnen en ze sliep in zijn bed. De boer ging zelf in de buurt van het vuur liggen. Nadat het mooie meisje drie dagen en nachten bij hem was gebleven vond hij eindelijk de woorden om haar ten huwelijk te vragen, hoewel hij nooit verwachtte dat zij het zou accepteren. Het meisje antwoordde dat ze aan zijn deur was gekomen in de hoop dat hij die vraag zou stellen, en ze accepteerde graag. De boer dacht bij zichzelf: "Tot voor kort was ik eenzaam, arm en ellendig. Nu ben ik nog steeds arm, maar toeval of een god heeft me geluk gebracht."

Niemand kan leven van de liefde alleen. De winter duurde lang en was erg koud. Er was weinig eten en ze hadden steeds honger. De boer zei: "Wat moeten we doen? Ik heb geen eten, geen geld, en niets wat we kunnen verkopen." Hij was zo verdrietig dat hij wel kon janken en hij verwachtte dat zijn vrouw boos op hem zou zijn of bij hem weg zou gaan en hij dacht dat dit het einde van zijn geluk zou betekenen. In plaats daarvan glimlachte het mooie meisje alleen maar en zei: "Lieve man van mij, pieker niet zo veel, geen zorgen. Ik zal een doek weven en jij probeert het te verkopen op de markt.

De boer haalde zijn schouders op omdat ze geen draad hadden om te weven. Zijn vrouw ging naar de enige kamer die hun huis had en toen ze de deur dicht deed zei ze dat hij niet naar binnen mocht komen wat er ook zou gebeuren. Enkele uren later kwam ze uit de kamer met een prachtige doek. Het was met bloemen en vogels geborduurd en was zo mooi dat het zelfs geschikt was voor een prinses. De volgende dag nam de boer het doek mee naar de markt en verkocht het voor een groot bedrag. Het getrouwde stel had hierdoor genoeg geld om de winter door te komen. Helaas als je geld hebt ontstaat er de neiging om meer uit te geven. Je vergeet hoe zuinig je ooit leefde en je koopt wat je wilt. Je doet niet meer zo moeilijk over bedragen die daarvoor voor jou niet te betalen zijn. Hierdoor raakte het geld op en was het stel opnieuw arm.

De boer raakte weer in paniek en voelde zich wanhopig. Maak je niet druk zei zijn vrouw. Ik weef gewoon nog een doek. Ik ga naar de kamer maar wat er ook gebeurd kom niet in de kamer totdat ik er weer uit kom. Terwijl zijn vrouw weefden vroeg de boer zich af hoe hij in vredesnaam zo’n mooie vrouw had kunnen krijgen die ook nog van hem hield. Ze was gewoon in staat om vanuit niets een doek te weven. Hij herinnerde zich weer hoe ze op een winteravond voor zijn deur was opgedoken en hij dacht na over hoe weinig hij wist of begreep wie ze was, waarom ze bij hem terecht was gekomen en hoe ze voor elkaar kreeg om een doek te maken. Hij woonde bij haar, hij hield van haar, en toch kende hij haar nauwelijks. Uiteindelijk overwon zijn nieuwsgierigheid hem en hij opende de deur om via een spleetje naar binnen te gluren.

Dit is wat hij zag: Het was zijn vrouw, maar geen vrouw. Zij was de kraanvogel die hij uit het struikgewas had gered. Op de vloer lag een ingewikkeld patroon van veren. Als ze werkte plukte ze nog meer veren uit haar eigen borst. Het koste haar pijn en verlies van haar eigen veren maar ze was bereid om dit haarzelf aan te doen voor hem. Plotseling keek de kraanvogel op en zag hem. Ze snikte en er liep een enkele traan uit haar oog. Ze klapte met haar vleugels en vloog weg via het gat in het dak dat diende als schoorsteen. Dat was het laatste wat die de arme boer ooit zag van de dankbare kraanvogel die zijn vrouw was geworden en veren uit haar eigen borst had geplukt om hem uit de armoede te houden. Hij trouwde nooit meer en leefde tot het einde van zijn dagen verdrietig en alleen.

De 5 (6) bogen

Er zijn verschillende theorieën over de bogen. Sommige scholen hebben het over 5 en weer andere over 6 bogen. Veelal wordt het uitgelegd als:

•    Linker arm
•    Rechter arm
•    Linker been
•    Rechter been
•    Rug
•    Borstkas

Als je een traditionele houten boog aanspant zet je het ene uiteinde op de grond en druk je aan de andere kant het gewicht met je hand naar beneden. Hierdoor buigt de boog en wordt op spanning gebracht. Het samendrukken (yin) van de bogen in je lichaam gebruik je om op te laden en daardoor kracht te maken. Van de leegte naar de volte toe bewegen.

Als je een beenboog gebruikt laat je het gewicht van je lichaam in het been zakken. Het been gedraagt zich als een veer die wordt ingedrukt. De tegenreactie is dat de kracht weerkaatst wordt als een veer die wordt losgelaten. De pijl schiet weg als de pees wordt losgelaten. Het is een elastische kracht. Van de volte naar de leegte toe bewegen.

Sommige mensen gebruiken de spierkracht (力-lì) van het been om het gewicht naar het andere been te duwen (actief). Door te werken met de boogprincipes van de benen is de beweging veel minder inspannend. Je voet krijgt zijn kracht uit de trekkracht van de zwaartekracht zonder spierkracht. Het is ontspannen, los en daarmee intern. Dus niet gespannen, vanuit je spieren en extern. (binnenkant = yin, buitenkant = yang)

Armbogen werken op dezelfde manier: als je arm contact maakt met het lichaam van de tegenstander. Kracht opladen gebeurt bij de buiging. Kracht ontladen als de beweging terug veert. Kracht opvangen en terug geven.

De vijfde boog is de boog van je rug. Deze boog is verticaal. De elastische vering van de rugboog laat alle andere bogen bewegen. Als je een explosieve beweging maakt (snelle Fa Jin) kun je de kracht van je rug als een zweepslag naar buiten laten knallen.

De zesde boog is de beweging van je borstkas. Deze boog is horizontaal. Omdat je borstbeen met kraakbeen aan je ribben vast zit kan dit gebied elastisch bewegen. Met de schouderbeweging kun je de borstboog versterken. Het heeft wel iets weg van een elastische bal die wordt ingedrukt en weer wordt losgelaten. Indeuken en uitdeuken.
Fa Jin (ontlading) bestaat uit twee karakters:
Fa - 發 =  uit zenden, tonen; uit geven
Jin - 勁 =  kracht, sterk
De stevige Fa Jin is als een geweerschot of als een zweepslag. Het knalt naar buiten.
De zachte Fa Jin is een elastische maar zachte ontlading wanneer je de oplading los laat.

Als je de afzonderlijke bogen begrijpt en in je beweging kunt ervaren kun je ze aan elkaar koppelen en ontstaan er nieuwe bogen.
1.    hand naar hand  (met je armen en je borstkas daar tussenin)
2.    voet naar voet (met je benen en het bekken daar tussenin)
3.    hand naar voet (de zelfde kant)
4.    hand naar voet  (kruis verbinding)
5.    Torso

Als er iets beweegt dan zal er iets anders stil staan. (Yin binnen Yang). De uiteindes van de boog zijn de “still points” van de beweging. Als de deze verplaatst lekt de stuwdruk weg in de ruimte en is er geen of minder elastische vering in je beweging. De kinetische energie die wordt opgeslagen bij het sluiten (volte) kan pas ontsnappen wanneer je de druk eraf haalt bij het openen (leegte).  
Omdat een boog 2 dimensionaal beweegt en wij als mensen driedimensionale bewegers zijn is het mechanisme van de Qigong bewegingen wat complexer. Dit komt vooral door de spiraalachtige draaibewegingen die we maken. Maar het principe van de bogen laat duidelijk zien hoe het werkt. 

De krijgerserie

Je zou het zo 123 niet verwachten maar de Yoga en gevechtskunst hebben elkaar in het verleden beïnvloed. Yoga werd vroeger beoefend door Vedische krijgers die Yoga oefeningen gebruikten om sterk en soepel te worden. Vandaar dat er nog tot op de dag van vandaag in allerlei Yogascholen veel waarde wordt gehecht aan discipline. Dit vind je zowel op fysiek als op spiritueel niveau terug.

Een combinatie van traditionele houdingen (Asana’s) en ademhalingstechnieken (pranayama) plus de kennis over ons energiesysteem heeft diverse gevechtskunsten beïnvloed. Dit geld met name voor de interne Chinese gevechtsstijlen (Neijia Quan) waar Taijiquan een onderdeel van is.

Yoga is afgeleid van het woord “juk”. Ossen worden samengespannen via een juk om samen een kar te trekken. De Ossen door het juk verbonden en op elkaar afgestemd en werken als een eenheid. Op dezelfde manier is het beoefenen van yoga een proces van verbinden en verenigen. Dit gebeurt op meer niveaus.

Op fysiek niveau betekent het dat de tegendelen in het lichaam op elkaar zijn afgestemd en als een geheel samenwerken. In het spierstelsel zijn er bijvoorbeeld spieren die buigen (flexor) en spieren die strekken (extensor). Op alle andere niveau’s vind je dit principe terug. Bijvoorbeeld in het zenuwstelsel waarbij de sympaticus overheerst bij actie en de parasympaticus overheerst bij rust. Of in het hormoonstelsel waarbij sommige hormonen de stofwisseling stimuleren terwijl andere hormonen juist de stofwisseling vertragen. Door yoga worden de fysiologische processen die uit evenwicht zijn op elkaar afgestemd. Delen die niet goed zijn uitgelijnd, worden op één lijn gebracht.

Door middel van training tracht een Yogi zijn/haar lichaam te verenigen. Een lichaam dat verenigd is, heeft het vermogen om optimaal te presteren in actie (yang) en werkelijk stil te zijn in rust (yin). Het proces van eenwording strekt zich uit tot vele andere niveaus, maar uiteindelijk worden alle niveaus één, alles wordt één (Dao). Deze andere niveaus kunnen begrippen omvatten zoals eenheid van lichaam, geest en ziel, eenheid van bewustzijn met het huidige moment, eenheid van mannelijke en vrouwelijke energieën, eenheid van mens en milieu, eenheid van de mensheid met het universum.

De oudste gevechtskunst die bekend is komt uit India het heet Kalari Payattu. In deze gevechtskunst kun je de invloed van Yoga goed terug vinden. Er zijn veel lage standen waarbij je diep door je knieën moet zakken. Er worden dierbewegingen nagedaan. Een verwante vorm van Kalari Payattu is vroeger terecht gekomen in China en heeft op die manier de Chinese systemen beïnvloed. Via Bodhidharma

(Da Mo) is deze stroming bij de Shaolin monniken beland. Bovendien wordt Bodhidharma ook gezien als de grondlegger van het Zen (Chan) Boeddhisme. Zowel Shaolin Kung Fu als het Zen Boeddhisme hebben grote invloed gehad op de ontwikkeling van Chinese gevechtskunsten.

In het zesde-eeuwse China leerde Bodhidharma Boeddhistische monniken van een Shaolin tempel een krijgskunst die verbonden was met de Indiase yoga . De monniken die urenlang mediteerden waren alleen maar bezig met spirituele ontwikkeling maar niet met hun lichamelijke gezondheid. Door hun fysieke zwakte konden ze zich niet lang concentreren, werden gemakkelijk ziek en werden overvallen door rovers. De monniken oefenden vanaf dit moment dagelijks ook gevechtsoefeningen en werden hierdoor steeds sterker.

In de zeventiende eeuw werd Okinawa (een eiland tussen China en Japan) veroverd door de Japanners. De wapens van de eilandbewoners werden afgepakt. Om zichzelf toch te kunnen verdedigen wendden de eilandbewoners zich tot de gevechtskunsten van China. In de loop van de tijd veranderde de gevechtskunsten zich langzaam van een gevechtsmethode naar een levensstijl en een spiritueel pad.

Zowel Yoga als gevechtskunsten kun je gebruiken om jezelf te ontwikkelen. Ze helpen je om je gezondheid te verbeteren, verminderen spanningen en vergroten je bewustzijn. Beide streven ernaar om de energie (Qi, Ki, Prana) in het lichaam te doen ontwaken. Net als de oude Yogi's leerden de beoefenaars van gevechtskunsten hoe ze zich niet moeten af laten leiden door gedachten en verankerd in het hier en nu een heldere waarneming te hebben. Uiteindelijk zou dit leiden naar Samadhi, een staat van meditatieve vereniging met het Absolute.

De 4 tijgers van Taijiquan

In de klassieke vorm (108) komen er 4 tijgers langs. De tijger komt er niet best vanaf. Het begint voor de tijger best vriendelijk want hij wordt naar de berg gedragen. Daarna slaan we de tijger. Daarna berijden we de tijger. En op het laatst schieten we de tijger.

  1. Omhels de tijger en keer terug naar de berg
  2. Sla de tijger
  3. Berijd de tijger
  4. Schiet de tijger

De tijger is de koning van alle dieren. Het Chinese karakter voor koning is Wáng. Dit teken is op de hele print van de tijger geschreven. De tijger is bekend in noord China en kan wel 2 tot 3 meter lang worden. Vroeger werd er op de tijger gejaagd. Hier was grote moed voor nodig en liep vaak slecht af voor de jager. Een schildering van de Daoïst Chang Tao Ling zittend op een tijger wordt vaak gebruikt om kwade geesten te verdrijven.

De witte tijger is bekend in Feng Shui. Een systeem die erop gericht is om een individu in harmonie met zijn omgeving te laten leven. Harmonie ontstaat als je de verschillende elementen in evenwicht brengt. De tijger is ook een bekend teken in de Chinese astrologie.

Fēng - wind
Shui – water

De namen van Taiji bewegingen dragen symboliek in, verwijzingen waardoor je een dieper inzicht kunt krijgen. Ook de Chinese karakters dragen vaak waardevolle informatie in zich. Vroeger werd alles wat poëtisch opgeschreven waardoor je een beetje moeite moet doen om het te kunnen zien. Als je bijvoorbeeld Traditionele Chinese geneeskunde leert (acupunctuur, tuina, kruiden) dan zijn er klassieke werken zoals de Su Wen, Ling Shu, Shang Han Lun, Wen Bing Xue. Taijiquan heeft als klassiek werk de dertien verhandelingen. Een klassiek yogawerk zijn de Sutra’s van Patanjali. Korte zinnen en rijmpjes met een grote informatie dichtheid.

  1. 1.Omhels de tijger en keer terug naar de berg - 抱虎归山 - bào hǔ guī shān

bào = dragen met de armen, omhelzen. Het karakter bestaat uit twee delen. Een deel representeert een hand. Het andere deel een foetus in de baarmoeder.

hǔ = tijger. Het karakter bestaat uit twee delen. Een deel representeert de strepen van de tijger. Het andere deel de benen van een persoon.

guī = terug brengen, herstellen, terug geven. Het karakter bestaat uit twee delen. Een deel representeert aankomen bij een gemeenschap en het tweede deel een bezem.

- Shān – berg

De karakters tezamen hebben een rijke beeldspraak. In de Chinees medische klassieken wordt geschreven dat de Dan Tian bij vrouwen het gebied van de baarmoeder is. We brengen blijkbaar iets terug naar een belangrijke plaats. We brengen de Qi naar ons centrum, naar onze Dan Tian. We omarmen iets en nemen het mee tijdens onze tocht naar de top van de berg – onze eigen groei.

  1. 2.Sla de tijger - 打虎 - dǎ hǔ

dǎ - heeft meer betekenissen zoals slaan, breken, vechten, bouwen, tekenen, verven, vangen, jagen, ontvangen, doen, gebruiken. Afhankelijk van de context waar het gebruikt wordt. Het is ook een werkwoord dat wordt gebruikt bij Taiji balspel, meditatie etc. Het karakter stelt een hand met een spijker voor.

– hǔ = tijger. Het karakter bestaat uit twee delen. Een deel representeert de strepen van de tijger. Het andere deel de benen van een persoon.

Wanneer we de tijger zien als een metafoor voor onze Taiji energie kunnen we in deze vorm verschillende dingen zien zoals: Taiji = twee polen Yin & Yang. Er vindt een interactie plaats. We slaan het, vechten ermee, ontvangen het, gebruiken het en we leren hoe we er iets mee op kunnen bouwen.

  1. 3.Berijd de tijger - 跨虎 - kuà hǔ

kuà – stappen, passen, voorbij gaan, uitblinken, overtreffen. Het karakter bestaat uit twee delen. Een deel representeert voet, het andere deel opscheppen, overdrijven, prijzen, grootspraak. Het tweede karakter bestaat zelf weer uit twee delen. Het ene betekent groot en het andere vrij ademen.

– hǔ = tijger. Het karakter bestaat uit twee delen. Een deel representeert de strepen van de tijger. Het andere deel de benen van een persoon.

De tijger is getemd. De Taiji (2 polen) doet ons. We worden gedaan. De beweging is als je tweede natuur geworden. Je laat het gewoon gebeuren en er is geen over-controle meer. De beweging stroomt zonder inspanning door je heen. De ademhaling is vrij. Je gaat voorbij aan de basis en staat aan het begin van een nieuwe ontwikkeling.

  1. 4.Span de boog en schiet de tijger - 弯弓射虎 - wān gōng shè hǔ

– wān – buigen, draaien. Het karakter bestaat uit twee delen. Het eerste deel stelt een boog voor en het tweede deel een hand die met draden werkt.

– gōng - boog

– shè – schieten, ergens op richten. Ook dit karakter bestaat uit twee delen. Het eerste deel stelt een lichaam, een persoon voor. Het tweede deel een hand.

– hǔ = tijger. Het karakter bestaat uit twee delen. Een deel representeert de strepen van de tijger. Het andere deel de benen van een persoon.

We zijn met 1 doel en het doel is 1 met ons. De essentie van Dao. Dit is dat en dat is dit. Yin en Yang zijn in balans. Het hoogste niveau is bereikt. Een Daoïstische gezegde is “hij die weet spreekt niet, hij die spreekt weet niet”. Dat is de essentie van de vierde tijger. We zijn er gewoon. We zijn 1 met de eenheid achter alle verschijningsvormen. 1 met de dynamica van Qi, yin/yang, de elementen, 1 met de kosmos, 1 met ons werkelijke zelf. Niets zeggen maar gewoon doen.

De eerste tijger (yin binnen yin)
Taijiquan is een combinatie van gevechtskunst, gezondheid en filosofie. Voordat je bij de eerste tijger bent beland is er al heel veel energie bewogen. Deze tijger is als Yin binnen Yin. Qi terug brengen naar binnen, naar het centrum in je onderbuik (Dan Tian). Dit is gelijk ook de overgang naar het tweede deel van de vorm. Als er een tekort aan Qi in het buikcentrum is heb je geen energie genoeg om de erop volgende bewegingen uit te voeren zoals vuist onder de elleboog, werp de aap, diagonaal vliegen, waaier stoot door de rug, naald op zeebodem, wolkenhanden, hoog klopje op het paard etc.

De tweede tijger (yang binnen yin)
Het slaan van de tweede tijger staat symbool voor het gebruiken van de Qi. Je bent in staat om de Qi door het lichaam laten stromen, door de Jing Luo (grote en kleinere energiebanen). Het maakt je vitaal, krachtig en gezond. Dit is Yang binnen Yin.

De derde tijger (yin binnen yang)
Terwijl je rustig op de tijger zit ben je bezig met Yin binnen Yang. De basis die je hebt opgebouwd met voorgaande bewegingen kun je nu gebruiken om te gebruiken als gevechtskunst. De opgeslagen Qi kun je vrij laten stromen en omzetten naar een gevechtshandeling. Ook je geestelijke vaardigheden (Shen) ontwikkelen zich parallel mee. Je beweegt alsof het moeiteloos is, alsof het je tweede natuur is.

Vierde tijger (yang binnen yang)
Na de lotustrap kom je aan bij de vierde tijger en ben je bijna bij het einde van de vorm. Je schiet de tijger en beseft dat je 1 bent met je doel, de eenheid met het “al”. Yin en Yang zijn verenigt in elkaar.

Witte slang steekt zijn tong uit / welkomsklap
Alle geheimen zijn verteld, er is niets meer te zeggen.

Elke vorm die bestaat is een universum op zichzelf. Deze bevat weer componenten van een groter geheel. Taijiquan voor de gezondheid (Yin) en voor de gevechtskunst (yang) zijn beiden vertegenwoordigd in alle vier de tijgers. Iedere beweging heeft zijn eigen Yin/Yang dynamiek. De Tijgers kun je zien als het leerproces wat je doorloopt. De eerste tijger staat meer voor het mechanisch aanleren. Het technische aspect van de vorm. De tweede tijger staat voor het energetische aspect. Dit kun je terug zien in het soepele, ontspannende, het uitgebalanceerde bewegen. De derde tijger staat voor het toepassen van de gevechtskunst bijv. in Pushing Hands. De vierde tijger staat voor het vrije gevecht. Op het hoogste niveau is dit ont-vechten. Het conflict (met jezelf of een ander) oplossen zodat er geen gevecht meer nodig is. Neutraliseren van de kracht die op je af komt.

De tijger is natuurlijk een beschermd dier en wordt met respect naar de berg terug gebracht, liefkozend geslagen, zacht erop gaan zitten en we schieten er bewust naast. ????

Back to top