Open aandacht
Als je aandacht open is dan is het bewustzijn niet bezig met het verbeteren, bereiken of herhalen van waar je mee bezig bent. Het is een onpersoonlijke aandacht die vrij is van oordelen. Je plakt geen etiketjes op dat wat je aan het doen bent. Het is de aandacht van het Getuige Bewustzijn. Daarom verliest het zichzelf niet in de vereenzelviging met het object wat in je innerlijke ruimte verschijnt (gedachten, emotie, beeld, sensatie). Het bewustzijn is de bron van je aandacht zelf.

Hoe krijg je een open aandacht?
In de eerste plaats door in het “nu“ te blijven of er steeds weer naar terug te keren. In de tweede plaats door je te richten op het gewaar zijn van dat wat voorbij komt, binnen in je zelf of in je omgeving. Realiseer je bij deze ervaring dat alles voorbij gaat. Als je er niet op reageert kan het niet hechten en stroomt het door je heen. Door breed te kijken, uit te zoomen wordt het gemakkelijker om niet te reageren op dat wat je passeert. Zo wordt het steeds gemakkelijker om in de staat van het getuigen bewustzijn te blijven.

Waarnemen vanuit eenheid
In de staat van observatie is het niet nodig om te analyseren, labelen of conceptualiseren. Het is een waarneming vanuit de eenheid waarin alles wat kan worden gezien en gevoeld dus niet kan worden gescheiden of toegevoegd wordt aan het ego-ik. Als je vanuit de eenheid waarneemt wordt alles wat gezien, gehoord, aangeraakt enz. In eenheid gehouden, niet gescheiden, geen verdeeldheid.

Een heldere waarneming
De nauwkeurigheid en de kwaliteit van de waarnemingen veranderen door het simpele feit dat onze aandacht er moeiteloos op gericht is (zonder spanning of verwachtingen). Gewaar zijn is er altijd, moeiteloos, je hoeft er niets voor te doen. In deze toestand zijn er geen vooroordelen en geen verlangen om de energie te duwen of ergens anders heen te sturen. De energie stroomt zichzelf, we laten deze haar eigen vrije pad volgen. Open aandacht, vrij van de op het ego gebaseerde spanningen die worden veroorzaakt door het nastreven van verschillende doelen, kalmeert spontaan de kettingreactie van de met elkaar conflicterende gedachten.

Het lichaam
Het lichaam als meditatie object waar je de aandacht op richt wordt als een anker om je in het “nu” te houden en een poort naar een diepere werkelijkheid. Als alle afleidingen en verstoringen tot rust komen krijgt je oertrilling de ruime om zich te manifesteren.

Intimiteit
O
f het nu de beoefening van ademhalingsoefeningen, lichaamsoefeningen, ontspanningsoefeningen of meditatie is het zal altijd een gevoel van intimiteit (gevoel van verbondenheid) uitdrukken met dat wat er op dat moment voorbij komt + met de stilte van de achtergrond of anders gezegd, van je spirituele kern. In deze toestand stopt het vergelijken van wat 'er is' met wat 'er zou moeten zijn’. Je stopt dan vanzelf met het beteren of kloppender te maken. Je laat je leiden door de innerlijke wijsheid van je lichaam. Door bewust te zijn ontwikkel je directe kennis door dat wat je in je bewustzijn ontvangt.

Moksha is afgeleid van de wortel "muc" en betekent: vrij, loslaten, loslaten, bevrijden.
In de Veda's en vroege Upanishads komt het woord mucyaat voor, wat betekent vrijgelaten of vrijgelaten te worden, zoals van een paard uit zijn tuig

मोक्ष - mokṣa – loslaten, bevrijden

Ook het woord mukti komt hier vandaan zoals in de houding pavanamuktasana

पवन - pavan – wind
मुक्त - mukta - vrij
आसन – asana - houding

Iedereen heeft het idee ‘ik ben beperkt’. Moksha betekent vrijheid van dit idee. Moksha is vrijheid van alle ideeën en overtuigingen die voortgekomen zijn uit onwetendheid, zoals ‘ik ben gebonden’, ‘ik ben nietig’ en ‘ik ben onzeker’.

Vrij zijn van beperkingen

तत् त्वम् असि - Tat Tvam Asi = ‘Dat ben jij’

तत् - Tat = dat
त्वम् - Tvam = Jij
असि - Asi = bent/zijn

bevrijding of verlossing. Moksha betekent de totale bevrijding van alle onwetendheid en Dualisme, door de eigen, wezenlijke identiteit te zien als het Ware Zelf, als absoluut bewustzijn.

De ademhaling vergeleken met een auto

Je kunt het middenrif vergelijken met de motor van een auto. Deze zorgt voor de bewegende kracht achter de ronddraaiende wielen. Alle andere bewegingen en acties inclusief de elektronische zijn primair ook afkomstig van deze hoofdmotor.

De op en neer beweging van het middenrif is de primaire motor die beweging voortbrengt. De bijkomstige spieren (secundair) die zorgen voor de beweging van de ademhaling zijn de spieren van de borstkas en de buik. Het middenrif is een driedimensionale vormveranderaar van de holte in je buik en in de holte van je borstkas.

Tijdens het rijden is de enige directe controle die je uitoefent over de functie van de motor de snelheid waarmee deze draait. Je drukt op het gaspedaal om de motor sneller te laten draaien en je laat het pedaal los om hem langzamer te laten draaien. Evenzo is de enige directe wilsbesturing die je over het middenrif hebt de snelheid van ademhalen. Je bestuurt een auto niet met zijn motor. Om het vermogen van de motor te regelen en in een bepaalde richting te sturen, heb je het mechanismen van de transmissie, remmen, stuurinrichting en ophanging nodig.

Op dezelfde manier stuur je de ademhaling niet met de beweging van het middenrif. Om de kracht van de ademhaling te beïnvloeden en deze een bepaalde richting op te sturen heb je de hulp van bijkomende spieren nodig. Gezien vanuit het vergelijken met een automotor heeft het geen zin om je middenrif te trainen om een betere ademhaling te krijgen.

Je wordt tenslotte geen betere chauffeur door alleen te leren hoe je het gaspedaal moet bedienen. De meeste vaardigheden die je tijdens de rijopleiding oefent hebben te maken met het afstemmen van sturen, schakelen, gasgeven en remmen. Op een vergelijkbare manier is ademtraining eigenlijk "aanvullende spiertraining". Zodra alle andere spieren van het lichaam zijn gecoördineerd en geïntegreerd met de werking van het middenrif, zal de ademhaling soepeler verlopen en efficiënter zijn.

Als je alleen maar denkt dat de beweging van het middenrif alleen maar je buik uit laat zetten (buikademhaling) doe je net alsof de motor van een auto alleen maar in staat is om de auto naar voren te bewegen en dat een andere krachtbron de omgekeerde beweging moet regelen. Deze denkfout gaat ook op voor de beweging van de ademhaling. Als je ziet dat er een relatie is tussen het middenrif en bijbehorende spieren dan wordt het duidelijk. Een zelfde denkfout wordt gemaakt als je er vanuit gaat dat een borstkasbeweging bij een verkeerde ademhaling hoort. Dan doe je alsof een auto alleen maar bediend kan worden door enkel naar voren toe te rijden. Bewegingen zijn omkeerbaar, dit geld voor de auto en ook voor de ademhaling. Bij elke beweging hoort een tegenbeweging. Dit is het spel van Yin en Yang die je overal in terug kunt vinden.

Back to top